De werking van een freesmachine.

Frezen is nog steeds het meest gebruikelijke bewerkingsproces voor het verwijderen van ongewenste materiaal uit een te produceren werkstuk. Het werkstuk wordt machinaal bewerkt door het tegen een roterend snijwerktuig aan te duwen. Het roterende snijwerktuig heeft een aantal scherpe randen. Ongewenst materiaal wordt weggesneden in kleine, dunne spanen om de gewenste vorm te verkrijgen.
Het werkstuk kan gebogen of plat zijn of een onregelmatig oppervlak hebben. Het freesproces heeft in principe de voorkeur om onderdelen te produceren die axiaal asymmetrisch zijn en met verschillende kenmerken, b.v. gaten, vakken, sleuven of mogelijk met oppervlaktecontouren in drie dimensies.

Hoe werkt een freesmachine?


Op de verstelbare werktafel wordt het werkstuk gemonteerd en de bewegingen van de verstelbare werktafel houden het werkstuk tegen het roterende freeswerktuig. Het roterende freeswerktuig, het mes wordt gemonteerd met een spil die zal worden aangedreven door een elektromotor en daarom roteert het snijwerktuig met een hoog toerental. De roterende frees heeft maar een beweging, roteren. De roterende snijdinrichting kent dus ook maar een soort druk.

Alle bewegingen komen van de werktafel waar het te produceren werkstuk op gemonteerd is. Wanneer het werkstuk tegen het roterend snijwerktuig wordt geplaatst, zullen roterende snijtanden het ongewenste materiaal van het werkstuk verwijderen om de gewenste vorm te verkrijgen.

Terwijl het werkstuk op de machine staat en de machine in werking is kunnen er geen veranderingen in het ontwerp aangebracht worden. Bij werkstukken die routinematig geproduceerd worden is dat geen probleem, maar bij eenmalige werkstukken kan het nodig zijn de machine stil te zetten om het werkstuk aan te passen.

In de jaren zestig van de vorige eeuw maakten de grotere, CNC-draaibanken hun opgang.


Ook de wat eenvoudigere freesmachine wordt steeds vaker gestuurd door een computerprogramma een zogenaamd Computer Numeriek Controle programma (CNC).Dat maakt het omgaan met de machine niet alleen makkelijker, maar vooral ook veiliger.
Een frees kan meedraaiend of tegendraaiend zijn. Bij een meedraaiende frees draait het snijwerktuig in dezelfde richting als het werkstuk. Het mes hapt dus als het ware de spanen uit het materiaal. Bij tegendraaiende frezen draait het mes tegen het werkstuk in en schept de spaan uit het materiaal.

Het materiaal waaruit het werkstuk bestaat bepaald welk soort frees gebruikt gaat worden.

De freesmachine maakt plaats.


Een alleenstaande frees komt tegenwoordig steeds minder vaak voor. Een fabriek van onderdelen zal al snel kiezen voor een computergestuurde metaal- of houtbewerkingsmachine, een draaibank. Maar vooral door het kleinere oppervlak dat een freesmachine in beslag neemt, is die nog steeds heel gewild bij kleinere metaalbewerkers. Natuurlijk zijn freesmachines voor de houtbewerking in de meubelindustrie en in de bouw nog steeds gangbaar. Maar ook in die vakgebieden gaat men steeds meer over op CNC gestuurde machines.

Het goed omgaan met een freesmachine is vakwerk en mag niet gedaan worden door ongekwalificeerd personeel. De omgeving van de machine is vaak minder veilig door rondvliegende spanen. Beveiliging van de machine zelf, door middel van deuren en afgesloten machinedelen wordt steeds vaker voorgeschreven. De toegang tot de machine zelf zal dan beperkt worden tot het personeel.